Bram Boer | Gouda | 0182 585 171 | info@bramboer.nl
Praktijk  voor  Lichaamsgerichte Therapie
Home  -  Contact  -  Agenda
Interview
Charlotte Gmelig Meijling, psychosociaal medewerker, deed onderzoek naar de 'resultaten' van lichaamsgerichte therapieen.
In september 2011 hield zij een enquete onder (ex-)clienten en interviewde ze mij en mijn collega Emily Nijhuis. Hieronder haar verslag:

Bram Boer en Emily Nijhuis hebben in 2003 hun opleiding tot Neo-Reichiaans therapeut / energetic integrator (Bodymind opleidingen)  afgerond. Zij hebben daarnaast nog veel verschillende (therapeutische) opleidingen en cursussen gevolgd. Beiden hebben een eigen praktijk in lichaamsgerichte psychotherapie.

Tegenover mij zitten twee warme en levendige mensen die vol passie vertellen over lichaamsgerichte psychotherapie:

75% van de ondervraagde therapeuten in de enquête geeft aan dat ze juist lichaamsgericht zijn gaan werken, doordat ze onder de indruk waren van 'een eigen ervaring'. Deze therapeuten hadden dus eerst zelf lichaamsgerichte psychotherapie gevolgd.
Ook Bram en Emily is het zo vergaan. Bram geeft aan dat dit ook niet een opleiding is die na je middelbare school wordt aangeboden. Het zit toch echt in de alternatieve hoek en die moet je ontdekken en die ontdekking doe je meestal door het te ervaren.
Ik vraag me ook af of het met leeftijd te maken heeft. Met de fase waarin je bent. Het overgrote deel van de therapeuten die mee hebben gewerkt aan de enquête zijn veertigers en vijftigers. Zo ook de cliënten. Als ik dit opmerk geeft Emily aan dat zij toch ook met veel twintigers werkt. Jonge net afgestudeerde vrouwen (waaronder reguliere psychologen) die 'een hoofd vol kennis hebben maar weinig gevoel'.

In de reacties op de enquête zie ik een sterke spirituele kant en een zeer aardse kant naar voren komen. Therapeuten hebben het enerzijds over 'heldervoelendheid' en vervolgens over 'de gereedschapskist van lichaamsgericht werken'. Cliënten hebben het over dat het een 'existentiële ervaring' was tot en met 'ik heb geen migraine meer' of 'ik slaap beter' .
Een cliënt zegt in de enquête;  'het nadeel van lichaamsgerichte psychotherapie is dat het vaak als spirituele hobby wordt gezien, terwijl het juist een therapie is om met beide benen op de grond te staan'.
Bram reageert hierop met de zin 'met je voeten op de aarde en hoofd in de hemel'. Het is niet het één of het ander. Als je de chakra's op een rij hebt dan wordt ook het aardse en het spirituele vertegenwoordigd. Het vertegenwoordigt de hele mens met alles wat daarbij hoort. En en in plaats van of of.
Het ligt er volgens Bram en Emily ook maar helemaal aan waar een cliënt zit in zijn/haar proces. De ene heeft behoefte aan aardse handvaten en de ander verkeert in een fase waar meer existentiële  of spirituele vraagstukken zich aandienen.

Er is volgens Emily en Bram inderdaad een heel concrete gereedschapskist met heel stevige, lichamelijke oefeningen en daarnaast kunnen er schijnbaar magische momenten ontstaan in adem- en energetisch werk.
Bram geeft het voorbeeld van een zeer rationele zakenman die in zijn eerste gesprek een eenvoudig lichaamsoefening doet en plotseling van alles voelt en enorm geëmotioneerd raakt. Dit kan magisch zijn of lijken.

Hoe zien sessies lichaamsgerichte psychotherapie er ongeveer uit?:
Je begint met een kennismakingsgesprek om te kijken of het 'klikt' en uiteraard is er een uitgebreide intake.
Emily: Tijdens het eerste gesprek toch snel met lichaamswerk aan de slag. Mensen zijn vaak zenuwachtig dus als je ze niet uit hun hoofd haalt komen ze vaak niet verder. Ik begin met eenvoudige ademhalingsoefeningen en oefeningen om te gronden. Vanuit daar werken we verder.
Bram: Eerst praten we even ;  Wat speelt er? Wat ligt er voor ons om beetgepakt te worden?  En dan deze zaken z.s.m. lichamelijk maken;  er een lichamelijke ervaringscomponent aan geven. Bij verschillende cliënten verschilt de hoeveelheid tijd die we besteden aan lichamelijke oefeningen en aan gesprekstijd.

Stel dat een cliënt geraakt wordt door een lichaamsoefening, vraag je dan waar deze emotie vandaan kwam of wat het betekent?
Bram: Als een cliënt een emotionele ervaring heeft d.m.v. een lichaamsoefening dan hoeft deze ervaring niet perse verbaal verklaard te worden op dat moment. Er is wel altijd ruimte om te delen (niet de cliënt in zijn eentje laten sudderen, er wel contact over hebben maar niet gaan analyseren) en door het schrijven van reflectieverslagen kan er thuis ruimte ontstaan om te verklaren wat een ervaring heeft betekend.

Dus het hoofd wordt er op dat moment buiten gelaten?
Emily: ik doe wel degelijk een beroep op het hoofd maar dan op het gezonde deel van ons denken. Merendeel van de tijd zijn we oude gedachten aan het herhalen en dat is weinig productief. Maar het gezonde deel wat in het hier en nu is - waaraan ik bijvoorbeeld vraag om een nieuwe beslissing te nemen - daar doe ik wel een beroep op. Het hoofd hoort er net zo goed bij! Het is alleen overgewaardeerd in deze maatschappij.
Bij sommige interventies is ook een beroep op het gezonde verstand nodig. Bram geeft het voorbeeld van een vrouw die zichzelf tijdens de sessies slaat. Hij is meteen gestopt met de oefening en heeft directief een beroep gedaan op haar gezonde verstand ;' je doet jezelf hier geen pijn'. Punt.

Het woord integreren komt vaak in de enquête terug in de antwoorden van de therapeuten. Hoe doe je dat binnen een therapeutisch proces?
Emily gebruikt het beeld van het sneeuwhuisje. Tijdens de sessies wordt dat sneeuwhuisje flink heen en weer geschud en daarna dwarrelen de vlokjes weer naar beneden en alle vlokken liggen op een andere plek. En toch komt het weer tot rust. Iets wat je aangeraakt hebt of opgerakeld hebt, moet een plaats krijgen.
Emily: Je hebt veel gevoeld en dat kan verwarrend zijn. Je hebt van alles ervaren en dan ga je weer naar huis en dan heb je weer je dagelijkse beslommeringen en dan kan het zomaar dat je er niks mee doet. Het is belangrijk jezelf te bevragen: Hoe zorg je ervoor dat dat wat je meemaakt tijdens de therapie of het nieuwe inzicht dat je daar krijgt, werkelijk een plek in je leven krijgt? Hoe zet je het in?
Bram geeft aan dat de therapie niet alleen belevenis is of moet zijn , maar ook groei! Dat gebeurt alleen als je het integreert. Als er niks verandert dan is de therapie niet geslaagd.

Is het niet alleen een sensatie en niet meer dan dat?
Bram:  het is heel sensationeel ! Een ademsessie kan absoluut  een heerlijke beleving en sensatie zijn. Bij orale cliënten moet je hier bijzonder goed voor waken dat het niet alleen bij die sensatie blijft en dat ze daarna weer overgaan tot de orde van de dag met hun aloude patronen.

Hoe wordt het dan concreet geïntegreerd?
Bram en Emily laten hun cliënten altijd een verslag maken na elke sessie zodat ze thuis met wat afstand naar hun beleving kunnen kijken. De cliënt stelt zich hierbij de volgende vragen:

  • Wat heb ik ervaren?
  • Wat betekent dit nou eigenlijk voor mij?
  • Hoe vertaal ik het naar mijn dagelijks leven?
  • Wat betekent dit voor de volgende keer dat ik een sessie heb?

Als psychosociaal werker heb ik geleerd te luisteren, samen te vatten wat ik heb gehoord, te checken, te vragen, door te vragen , de cliënt te volgen en niet zelf in te vullen, de cliënt liefdevol naar de pijn te leiden en af te stemmen op de cliënt. Hoe zit dit bij lichaamsgerichte psychotherapie?
Bram: De uitgangspunten lijken hetzelfde te zijn. Lichaamsgerichte psychotherapie is uiteraard een stuk minder gesprekstechnisch. Je kunt het gewoonweg vertalen naar het lichamelijke. Je luistert en kijkt naar de cliënt. Je kijkt naar de ademhaling, je kijkt naar de mens, je kijkt naar de bewegingen, je voelt hoe het is en je blijft afstemmen en je blijft checken hoe het met de cliënt is.

Overdracht en tegenoverdracht werd het vaakst in de enquête genoemd als mogelijke valkuil voor de therapeut. Zijn jullie het hiermee eens?
Emily  en Bram nuanceren dit antwoord door aan te geven dat er altijd tegenoverdracht is. Overdracht ook. De valkuil is wanneer je dit niet doorhebt!  Als je er bewust van bent dan kun je het juist gebruiken en inzetten bij een cliënt.

Er zouden psychoses kunnen optreden bij lichaamsgerichte psychotherapie. Is dit niet heel gevaarlijk?
Emily en Bram geven aan dat het uiteraard van groot belang is om het psychiatrisch verleden van een nieuwe cliënt in de intake uit te vragen.
Psychodiagnostiek is daarbij heel belangrijk. Het is noodzakelijk dat je bepaalde beelden/symptomen kunt herkennen en dat je op tijd doorverwijst en je eigen grenzen kent.
Als het goed is ben je getraind om te letten op non verbale communicatie van de cliënt, daar dit vaak veel meer zegt dat de woorden (oppervlakkige ademhaling, verkrampte houding, een tik, oogcontact of het vermijden daarvan). Het lijf geeft aan de lopende band signalen af.
Bram: bij veel tegenoverdracht let ik extra goed op de lichaamstaal en de ogen van de cliënt daar dit wel eens een aanwijzing kan zijn dat iemand een psychisch probleem heeft.

In de enquête benadrukken de therapeuten het belang van vertragen. Waarom is dit zo belangrijk?
Omdat het voor sommige cliënten al heel heftig is om überhaupt contact te maken met hun lichaam d.m.v. een ademhalingsoefening.  Maar ook, zegt Emily,  omdat Bio Energetica tot gymnastiek kan verworden als je het niet vertraagt uitvoert. Je zult moeten vertragen om je lijf de tijd te geven om te reageren en om zelf je eigen reacties op bepaalde bewegingen te kunnen traceren.

Wat is volgens jullie het 'gevaar' van lichaamsgerichte psychotherapie?
Emily: het gevaar kan zijn dat het alleen in een ervaring blijft steken en dat er geen betekenisgeving plaatsvindt. Dit is wel waarop je de goede lichaamstherapeut kunt onderscheiden van de minder goede lichaamstherapeut.
Bram:  Gesprekstherapie geeft je natuurlijk niet een lichamelijke sensatie. Maar je kunt er wel een sensatie uithalen in die zin dat mensen ook daar kunnen verhalen en huilen en vervolgens naar huis gaan en er niets mee doen. Bij gesprekstherapie kan het dus ook blijven steken in een ervaring.

Zouden jullie het iemand afraden van tevoren? Of alleen in contact?
Emily : we gaan hierbij natuurlijk uit van goede therapeuten en dan kun je het niemand van tevoren beslist afraden. Iedereen met een bepaalde ervaring (misbruik, mishandeling etc.) krijgt een bepaalde behandeling. Dit wordt samen afgestemd.
Bram: Er zijn veel reguliere therapeuten die zeggen dat slachtoffers van seksueel misbruik geen lijfwerk moeten doen. Onzin naar mijn idee;  bij deze mensen is juist het meeste te genezen. Natuurlijk ben je voorzichtig in de aanraking, dat moet je altijd zijn.
En, zeggen Emily en Bram heel duidelijk,  geen psychiatrische problematiek. Dat is een ander spel. We werken met de niet zieke mens. We hebben het over de neurose en niet over de psychose.

In de enquête kwam sterk naar voren dat de cliënten de 'klik' tussen therapeut en cliënt heel belangrijk vonden. 
Bram en Emily zijn het erover eens: Lichaamsgericht werken is meteen al intiemer dan gesprekstherapie.  Je komt heel dichtbij, letterlijk en figuurlijk . Dus een 'klik' is nog belangrijker.

Zorgt het feit dat cliënten het grootste gedeelte van de sessies moeten betalen voor een grotere tevredenheid? En voor een grotere kans op slagen van de therapie?
Bram en Emily : Voor het slagen van een therapie is motivatie en bereidheid essentieel. Dus als mensen  ervoor willen betalen, dan blijkt daar al een bereidheid uit. Dat is duidelijk.
Maar hiermee is niet gezegd of bewezen dat als deze zelfde mensen niet zouden hoeven betalen dat ze niet zouden slagen.

Waarom Lichaamsgerichte Therapie? Waarom geen Lichaamsgerichte Therapie?
Ergens onzinnige vragen vindt Bram ;  'heel veel werkt voor heel veel verschillende mensen'.  Het jammere is dat de GGZ zegt : 'Dit is de waarheid!' 'En mensen die beweren de volledige en definitieve waarheid in pacht te hebben,  zijn bij voorbaat niet te vertrouwen.'

Als psychosociaal werker heb ik geleerd dat de therapeut er is om de cliënt te leren zichzelf te helpen. Hoe zit dat bij lichaamsgerichte psychotherapie?
Emily gaat ervan uit dat iedere cliënt alles in zich heeft om los te komen van blokkades. Ze noemt het 'het zelfhelend vermogen van de mens'. Bram vult aan dat je als therapeut als het ware 'knielt voor de cliënt'. De waarheid zit in de cliënt. Het gaat om de cliënt.

Klik -h-i-e-r- voor het hele rapport van Charlotte!